Molenijzer
Van
een lokale heraldicus heb ik een aantal fotokopiën gekregen met informatie over
het molenijzer. En als ik de verschillende beschrijvingen uit diverse
heraldsiche encyclopediën bekijk dan is er toch wel enige tegenspraak te
bespeuren.
H.W.M.J.
Kits Nieuwenkamp: Encyclopedie van de heraldiek, Elzevier Pocket, A.37,
1961,p.158-159

Molenijzer
is een lager van een molensteen ter vermindering van de wrijving. In de
heraldiek komen antieke en gewone modellen voor. Behalve als streekfiguur bekend
in Noord-Brabant Meijerij van 's-Hertogenbosch, Peelland duidt het molenijzer op
het heerlijke maalrecht en is tevens een oud rechtssymbool of rechtsbanteken,
waar dr. j.p.w.a. Smit overschrijft in zijn boek De Brabantse Beelden en
Teekens van Recht, 's-Gravenhage 1957. Smit houdt het molenijzer in
bepaalde gevallen voor een teken van een stapelrecht, bijv. van graan of enig
andere te malen grondstof. Zij die dit teken van oudsher voerden waren niet
zozeer molenaars dan wel eigenaars van molenrecht. Het spreekt voor zich zelf
dat althans in later tijd het molenijzer tevens het oorspronkelijk beroep kan
aanduiden. Dat zou bijv. kunnen zijn bij het wapen gevoerd door de familie Jacobé,
die in verband met het molenijzer en de korenaren in het wapentot
wapenspreuk: Tantum prodest quantum prosunt = des te meer zij zich doen gelden
(het molenijzer, malen en het koren) hoe groter het voordeel. (Van Oordt,
Van Bommel e.a.) pagina 158/159
Het
bovenstaande is in tegenspraak met hetgeen een andere heraldische encyclopedie
vermeldt op pagina 228. Helaas weet ik niet welke maar ik denk dat de schrijver
C.Pama is.
Molenijzer.
Het ijzer dat in de molensteen voor de as zit. In Nederlandse wapens wordt het
meestal afgebeeld als een klein ingebogen St. Andrieskruis met een ruitvormige
opening in het midden. In andere landen ziet het er meestal anders uit en heeft
ook andere namen. Wij noemen dit meestal een antiek molenijzer, om het te
onderscheiden van de Nederlandse vorm. De mening dat een molenijzer in een wapen
op molenrechten zou wijzen is ongegrond.
Waarom
ongegrond wordt niet verteld. In een ander boek (pagina 183) waarschijnlijk van
dezelfde schrijver wordt het bovengestelde bijna herhaald en aangevuld met:
In
de oude graanmolens brak men het graan tussen twee horizontaal liggende stenen.
De benedenste (meta) lag vast, de bovenste (catilla) draaide over de onderste.
Tussen beide stenen lag het molenijzer en door het stellen van dit ijzer regelde
de molenaar de fijnheid van het te malen meel.... Er is weinig verschil tussen
het molenijzer en het muuranker.
Een
artikel in de Vlaamse Stam jg. 28, nr.3-4, maart-april 1992 geeft een heldere
beschrijving in "De functie en de symboliek van de molenijzers pag.
130/131. met tekening:

Het
molenijzer of de rijn is volgens de molinologie een ijzeren brugstuk in X-vorm
d.w.z. met vier takken of enkel met twee takken en in een beugelvorm, dat in het
kropgat van de loper is gestoken en waarmee deze op de nok van het peerijzer is
opgehangen (22) Deze deskundige uitleg gaan we even
verduidelijken. Het molenijzer is een deel van de maaltechniek. De molen heeft
gewoonlijk twee maalgangen of twee paar molenstenen. Elk steenpaar ligt in een
steenkuip. De onderste steen ligt onbeweeglijk waterpas, het is de legger. De
bovenste draait, het is de loper. Hij hangt in een ijzer, in de vorm van een
Stint-Andrieskruis, op de spil van de legger. Dit kruisvormig ijzer is nu de
rijn of het molenijzer (23). Met dit molenijzer wordt de
molensteen vaster bijgeschroefd of losser aangezet naarmate het graan grof of
fijn moet gemalen en gebuild worden (24)
Het
molenijzer kwam in de heraldiek terecht. Het duidde op het vrije maalrecht en
zelfs de volle heerlijkheidsrechten met eigen rechtbank en zegel aan. Het
molenrecht kan ook het stapelrecht van graan aanduiden (25)
Sommige
heraldici betwisten het verband tussen het molenijzer in het wapenschild en de
molenrechten (26)
 |
22.
P.Bauters: Kracht van wind en water- Molens in Vlaanderen, 1989, p.279
|
 |
23.
H. Vannoppen: In en om de molen in Midden-Brabant, Midden-Brabant, 1988, 3de
jg zomernummer, p.23-24 |
 |
24.
W. Rijk: Over molenijzers in wapenschilden, Ons Heem, 1971, p.253 |
 |
25.
H.W.M.J. Kits Nieuwenkamp: Encyclopedie van de heraldiek, Elzevier Pocket,
A.37, 1961,p.158-159 |
 |
26.
C. Pama: Heraldiek en genealogie, Een encyclopedisch vademecum, Prisma,
nr.1390, p.215 |