Peter Roverius

Home ] Up ]

 


Grepen uit de historie van de familie van Mierlo

Familiewapen

Vele leden van de familie van Mierlo voeren het wapen van de drie merletten.  (een merlet is een soort heraldisch vogeltje, zonder snavel en zonder pootjes). Reeds in 1270 vinden we in het ruiterzegel van Simon van Haelen deze drie merletten in een schuin geplaatst schild, met op de rechter boventoets een traliehelm, waarboven een vierde merlet als helmteken is aangebracht. De kleuren zijn zwart-goud.
Het oorspronkelijke wapen van de familie Van Mierlo is het wapen met Drie Molenijzers, van keel (rood) op zilveren schild.
De kleuren duiden op de staatsrechtelijke indeling van de Kempen onder het Bisdom Utrecht en diens abdijen.
In 1300 vinden we reeds van Mierlo's vermeld in het peeldorp Someren. Rond het jaar 1315 worden veel gronden rond dit dorp verkocht aan de abdijen van Tongerlo en Postel. Vijf schuldbrieven zijn van deze grondtransacties nog te vinden in de abdij van Tongerlo, getekend door de Heren van Mierlo.
Een grote brand in bovengenoemd archiefmateriaal heeft een verder bestudering zeer bemoeilijkt, want we weten niet of deze "Heren van Mierlo"voorvaderen waren van de familie van Mierlo, dan wel eigenaren waren van de Heerlijkheid Mierlo, of dat beide dezelfden waren.
In ieder geval staat vast dat de familie van Mierlo leenheren werden van de Abdij van Tongerlo en van de abdij Postel; ze werden dus "rentmeesters", die een gedeelte van de opbrengst van het Peelland naar bovengenoemde abdijen brachten.
De Van Mierlo's bezaten het indertijd bijzonder belangrijke "maal"-recht, tot uiting gebracht door maal- of molenstenen in het wapen..
Het dorpje Mierlo heeft een gedeeld stadswapen met op de ene zijde een madonna met Jesuskind en op de andere zijde dezelfde drie molenijzers.
Het is niet bekend of de familie van Mierlo zich eerder of later dan het ontstaan van het dorpje Mierlo, in de Peel heeft gevestigd. Ik ben van mening dat het dorpje Mierlo ontstond, nadat de Van Mierlo's zich daar gevestigd hadden.
Het Nederlands Patriciaat heeft derhalve het originele familie-wapen afgedrukt in het blauwe boekje. De familie wordt in dit boekje beschreven vanaf 1590. Francis Willemszoon van Mierlo, burgemeester van het dorp Eindhoven. De volledig uitgewerkte familie van Mierlo vinden we in een boekwerkje van E.W. Guldemont ( een aangetrouwd Belgisch familielid).
Hermanus Egidius van Mierlo (1745-1808) vluchtte als jongste van 12 kinderen van Eindhoven naar Breda, hij werd de stamvader van de enige nog in leven zijnde tak van de oude familie stamboom. De reden van zijn vlucht wordt ons duidelijk wanneer we een studie maken van de geschiedenis van de Kempen.
Eeuwen lang is er in het Peelland een hevige strijd gevoerd tussen Katholieken, Protestanten, Staatsgezinden, Spanjaarden en Fransen.
Door al deze druk heen blijven de heersende families, waaronder de familie van Mierlo koppig standhouden en zij blijven in deze moeilijke tijden de onwrikbare steunpilaren voor volk en kerk..Hoe harder de kwelling werd, deste hechter werd de saamhorigheid van de familie. Meerdere malen werden de Van Mierlo's -vooral door de protestanten- van al hun bezittingen beroofd: zelfs het familiewapen "De Drie Molenijzers"wordt afgenomen.
In dit licht bezien wordt het duidelijk, waarom de Van Mierlo's een tweede wapen zijn gaan voeren.
Het was Nicolaas van Mierlo, gehuwd met Maria van Eijnathen, die in ca. 1700 drie merletten overnam uit het wapen van de familie Van Eijnathen, dat zes zoomsgewijsgeplaatste merletten toonde. De wapenspreuk :"Enatent vel evolent" zij zullen het ontzwemmen of ontvlieden, getuigt weer van de vastberadenheid van de "katholieke"familie van Mierlo tegenover de zeer zware protestantse druk.
De betekenis van de naam Van Mierlo werd toen uitgelegd als Mierlo = Merletten - Loo + Merel - Bos.
De oorspronkelijke betekenis is echter:
Mierlo = Mir-loo = Mir-locus = Molen - Plaats = Maalstede. Zodat de oorspronkelijke betekenis van onze naam is: Maalstede overeenkomende met het maalrecht en de drie molenstenen.

Was get. Petrus Roverius M. van Mierlo.