|
In het begin van de zestiger jaren vond ik twee akten waarin gronden in Maren werden verkocht door de kinderen en weduwe van Hendrik Aerts van Mierlo. Een kind was niet aanwezig. Gijsbert was in de ene acte "gevanckelijk te 's-Hertogenbosch" en in een andere acte "uytlandigh" Toentertijd kon niemand me er iets oververtellen. Maar dankzij Dataschurk (ik moet de weblink nog even opzoeken)heb ik zijn dossier kunnen lichten!Hieronder volgt de officiële aanklacht. Het biedt een mooi tijdsbeeld. Gijsbert had twee molens gepacht in Oisterwijk en Aert van Mierlo zijn broer had er borg voor gestaan. Daarom werd de gronden verkocht. In een der akten werd wordt mijn voorvader Sr Aart van Mierlo genoemd. (Sr=Sieur=heer) Probeer door het taalgebruik heen te prikken en kijk naar de beelden die deze woorden oproepen GIJSBERT VAN MIERLO AANKLACHT Tight ende Aanspraak Crimineel voor Den Hoog Gebooren Gestrengen Heer Reinhard Burchart Rutger Graaff van Rechteren Vrijheer van Gramsbergen Hoog ende Laag Schout der Stad en Meijerije van Sbosch Nomine officiit Apprehendant Eijsscher en Aanlegger, Contra Gijsbert van Mierloo geboortig van Maaren en gewoont hebbende tot Oosterwijk althans gevangene en gedetineerde op des Stads Gevangene Poort mitsgaders gedaagde ter vierschaere. Edele Agtbaare Heeren Schepenen 1. Den Heer Nomine officii Apprehendant Eijsscher en Aanlegger sullende proponeeren de reedenen van de gedaene apprehentie, 2. En vervolgens Fundeeren den Eijsch en Conclusie in ’t eijnde deeser te doen en te neemen, 3. Segt poseert en articuleert het navolgende, 4. Dat in facto waer en waaragtig is, 5. Dat den Gevangene en gedetineerde Sedert eenigen tijd gewoont heeft tot Oosterwijk en aldaer Molenaar geweest is, 6. Dat denselven op den 9 Februarj 1737 des nademiddags sig bevonden heeft tot Haeren ten huijse van Antonij Willem Lombarts 7. Dat hij ter dier tijd bij sig hadde sijne drie knechts, 8. Dat sig ten huijse voors:,alsdoen mede bevonden Cornelis en Francis van Abeelen, bruijdegoms neffens haere Bruijden en verder bij hebbende geselschap, 9. Dat den Gevangene en gedaegde alsdoen voorgaf met geseiden Lombarts te willen reekenen, 10. Dog dewelke sijde alsdoen daar toe geen tijd te hebben, 11. Dat den Gevangene en Gedetineerde daar mede uijterlijk genoegen scheen te neemen en vervolgens ten huijse voors: gebleeven is, 12. Dat den Gevangene en Gedaegde ter dier tijt badineerende met de Meid van voorn: Lombarts en deselve bij het hooft willende vatten daardoor sijn pruijk van het hooft is gevallen, 13. Dat den voorn: Lombarts de voors: pruijk opgevat en die in handen van den Gevangene gegeven hebbende, 14. Hij Gevangene daar op (:van een quaat humeer werdende:) aan geseijde Lombarts en sijn meijd eenige dreigementen deede, 15. Dat op dienselven dag tussen ligt en donkeren, hij Gevangene en Gedaegde in het voors: geselschap bij het vuur sittende, te morren, 16. Alsdoen Sijn drie knegts met name Jan Timmermans, Jan van der Schoot en Jan Jongbloed mede bij het vier Saaten, 17. Dat hij Gevangene en ged:e (: invoegen als vooren morrende:) als doen tegens Lombarts seijde, 18. Dat hij Lombarts een hontsvot was, dat hij voor den donder en blixem moght vaeren, dat hij sijn gemaal niet nodig hadde, en nog hem nog niemant wilde ontsien, 19. Dat hij Gevangene en Gedaagde ter selver tijd opstaande sijn knegts heeft aangesprooken, en gesegt, 20. Jan Timmermans suld gij mij bijstaan, 21. Dat den voorn: Jan Timmermans daar op geantwoord hebbende jaa, 22. Hij gevangene vervolgens de twee andere knegts naeder heeft aangesprooken en gesegt, 23. Hebt gij ook het hart wel, 24. Dat Jan Jongbloet daar op mede geantwoord hebbende ja, 25. En den voorn: Jan van der Schoot dat hij sig daar mede niet wilde moejen, 26. Hij Gevangene en Gedaegde daar op(: de Kan in de hand hebbende:) is op gestaan, 27. En tegens sijn voorn: knegts gesegt heeft, 28. Maekt u gereed houd een oog in ’t zeil, 29. Dat de vrouw van voorn: Lombarts daar over seer altereerende de keuken is uit gebragt, 30. Dat op het voors: gepasseerde den voorn: Lombarts aan hem Gevangene en Ged.e heeft versogt dat hij dog na huijs wilde gaen, 31. Dat sulx eenigen tijd geleeden sijnde en in welke tusschen tijd den Gevangene en gedaegde nevens sijn knegts en Adriaen van Vught in een aparte kamer was gegaen, den voorn: Lombarts hem Gevangene andermaal versogt heeft dat hij dog na huijs wilde gaan, 32. Dat hij Gevangene en Ged:e daarop wederom heeft beginnen morren, 33. Als wanneer voorsijde Lombarts voor meerder rusie vreesende uijt de kaemer is gegaen en de middel deur toe gegrendelt heeft, 34. Dat den voorn: Lombarts in voegen als voor sig geretireert hebbende, 35. Hij Gevangene en Ged:e met sijn knegt als doen Stoelen Banken Kannen en Glaasen door elkanderen en aan stukken hebben gesmeeten, 36. Dat sij alverder ter dier tijd op de toegegrendelde deur hebben gestooten en geslaegen, 37. En ook een bouteille gesmeeten door een glas staende neffens de deur en uijtkomende in de keuken, 38. Dat sij die geweldenarijen verrigt hebbende daar op voor eenigen tijd vertrocken sijn, 39. Dat den Gevangene niet alleen het geen voors: so in `t bijsonder als te samen met gesijden Jan Timmermans gepleegt heeft, 40. Maar dat hij in voegen als vooren sijn voorn: knegt gaende gemaekt en opgehitst hebbende, 41. Vervolgens mede oorsek is geweest, en als Socii delicti moet aengemerkt worden van tgeene naderhand bij voorn: Jan Timmermans is gepleegt, In t kort hier in bestaende, 42. Dat den voorn: Timmermans eenigen korten tijd naar het geene hier voor gemeld gepasseert is, 43. Met het bloot mes in de hand gecomen is in de huijsinge van voorn: Lombarts en aldaer eerst op twee knechts en naderhand op de dienstmaagt met naeme Maria Peters van Krieken is aangevallen, 44. En aan de laatstgenoemde een sneede over het aansigt toegebragt heeft, 45. En al wijders als doen met een houweel met groot geweld op een tafel en naar het hooft van de huijsvrouwe van Lombarts geslaagen heeft, 46. Met dat gelukkige gevolg nogtans dat de slag miste en daardoor alleen een beddepan van boven neer geslagen , en de muur bescccchadigt wierd, 47. Dat terwijl den voorn: Jan Timmermans de voors: Rolle binnens huijs speelde, 48. Hij gevangene over het Kerkhof is aangecomen met een hout onder de arm, roepende ras komt er uijt, ick sal u al te mael doodschieten, 49. Dat hij gevangene ook wijnig tijds daar na verschijde Stooten of Slaegen op de deur van voors: Lombarts heeft gedaen, 50. Dat hij gevangene en ged.e het bij deese geweldenarije niet heeft gelaaten, 51. Maar dat hij wanneer Jan Timmermans uijt het voors: huijs agteruijt was gelaten, 52. Met hem des nagts omtrent drie ueren is gegaan na Oosterwijk, 53. dat sij alder gecomen sijnde aan het huijs van Stephanus van der Henst Chirurgijn en te gelijk Schepen aldaer, en van de gereformeede religie op de deur hebben geklopt, 54. Dat van binnen gevraegt sijnde wie daar was door hem Gevangene en Ged.e geantwoord is dat raekt u niet dat sult gij wel sien, 55. Dat door de huijsvrouwe van voorn: van der Henst wederom gesegt sijnde, datter geen deur soude open gedaen werden voor dat men wist wie daar was, 56. Hij Gevangene en Ged.e wederom gerepliceert heeft Canalje het raekt u niet laat u man andwoorden, 57. Dat de huijsvrouw van geseijde van der Henst wederom geroepen hebbende dat haar man niet op soude staen alsoo hij siek was, 58. Hij Gevangene daar op al wederom geantwoord heeft gij broodjonker waarom soud gij niet opstaen gij moet wel opstaa ik heb hier een patient bij mij., 59. Dat van der Henst daar op geroepen hebbende komt morgen vroeg soo vroeg als gij wild dan sal ick u verbinden maar ick gedenk bij nagt niet op te staen, 60. Door hem Gevangene al wederom daar op met allerlei schimp en smaadreedenen mitsgaders met seer veele indecente expressien is geantwoord 61. En wijders soodanig met voeten op de deur gelopen en met een swaer houd daar op gestoten dat de Cram van de grendel wel twee voeten in de Caemer sprong, 62. Dat onder dat geweld ook geroepen wierd doed de deur open of ick salse op den heert loopen met bijvoeging van verschijde onbetaemelijke uijtdrukkingen te vuijl om hier te melden, 63. Dat hij Gevangene en Gedaegde als doen ook geroepen heeft, 64. Indien gij niet opendoet soo sal ick u doen opendoen en dewijl wij de deur niet kunnen open krijgen soo sullen wij de glaesen in slaan, 65. Tegelijk die drijgementen met verscheijde impadente scheldwoorden versellende, 66. En onder andere met dese woorden al bent gij schepen van Oosterwijk, ik lach met sulke schepens als gij er een sijt, met sulke broodhonde die niet te vreeten hebben, 67. Dat ook des Gevangens knegt Jan Timmermans alsdoen het woord neemendeonder anderen aan den voorn: van der Henst deeseschrickelijke bedrijging deede, 68. Gij hebt het voor mij niet niet gedaen want het eerste als gij mij teegen komt, al bet gij in t’ midden van alle schepens, soo sal ick u omverschieten of om ver steeken want ick veeg mijn gat aen Oosterwijk en Haaren 69. Dat denselve Jan Timmermans onder meer andere woorden daarbijgevoegt hebbende comt Baes laet ons gaan want de schelm sal dog niet opendoen, 70. Hij Gevangene en Ged:e als doen verder geroepen heeft gij sult er leggen of ick sal er leggen het eerst dat gij mij ontmoet, 71. Dat dit gepasseert sijnde bijde de voorn: persoonen al vloekende en scheldende sijn weg gegaen, 72. Dat hij Gevangene en Ged:e al verder van sig heeft konnen verkrijgen, 73. Van op den 23. Junij deses jaers niettegenstaende dat hij wel wist dat over t’ voorverhaelde beactioneerd en ook berijds tot drie distincte rijsen per edict gedagvaerd was, 74. In Vilipendie van de justitie wederom niet alleen binnen Oosterwojk te comen, 75. Maar selfs aldaer tot een Schrick voor eeniederginsch en weer herwaarts en derwaerts met gelaade pistoolen in de hand over straed te rijden, 76. En aldaer aen het huijs van de Heer Stadhouder Hastong selfs seer scheldende en vloekende vergramd van gemoede sijnde met een force en gewd aan te bellen en na denselven te vraegen, 77. Dat hij Gevangene en Gedaegde door de meijd geantwoord werdende dat de Heer Stadhouder niet te huijs was, 78. Alsdoen aen de selve heeft durve seggen deese of diergelijke woorden Segt aan mijn Heer dat hij de Straet wat ruijmt, dat er een eerlijk man kan overrijden, en als hij (:denoteerde daar mede de Heer Stadhouder:) geen ordre daar op steld, dan sal ick er ordre op stellen, 79. Dat hij gevangene dus scheldende raesende en vloekende jegens die geene die tegens hem verclaert mogten hebben of ander’sints geemploijeert sijn, 80. Eijndelijk door de Vorster aldaer (:hebbende het pistool nog in de hand:) gevangen genomen en op dese Stads Gevange Poort in hegtenis gebragt is. 81. Ende want allen t’gunt voors: Soo door den gevangene alleen als t’gunt hij met sijn knegt verrigt heeft en t’gunt op sijn aanhissinge geschied is, 82. En hij vervolgens geconsideert moet werden de causa movens en socii delicti van t’gunt bij den voorn: Jan Timmermans geperpeteert is, 83. Niet anders kan werden geconsidereert als pure geweldenarijen met een voor overleg aan iemants eijgen huijs geperpeteert, 84. Wijders enorme Straetschenderijen en verschrickelijke bedrijgingen niet alleen gepleegt in de nagt, 85. Maar bovendien aan t huijs van een Schepen en wel aen een der Gereformeerde Religie, 86. So heeft den Hoog Gebooren Heer eijsscher en Aanlegger na becomene informatien, 87. Sig geaddresseert aan U Ed: Agtb: en op desselfs te kennen geven geoptineerd Uwer Ed: Agtb: decreet van Apprehensie, 88. Dat de Heer Eijsser en Aanlegger uijt kragte van dien getragt heeft voors: Gevanene te apprehenteeren, 89. Dog dat terselver tijd geechappeert sijnde, 90. Ook tot drie distincte rijsen bij Edict gedaegvaerd is 91. Dat den Heer Nomine officiiEijsscher en Aanlegger den Gevangene ten overstaan van Heeren Commissarissen preparatorie hebbende gedaen examineeren, 92. Wijders ook de Getuigen tegens hem doen confronteeren, 93. Den Gevangene en Ged:e van die Hardnekkighijd is geweest alle de feiten hem te laste gelegt malitieuselijk en op impudente wijse te ontkennen, 94. Ende want eghter alle de voors: facten of schoon door den Gevangenne niet gecontesseert, 95. In een Land van goede Justitie niet en kunnen of moogen werden getoleereerd maar andere ten exempel en afschrick moeten werden gestraft, 96. Soo heeft den Hoog Geb: Heer Nomine offici Eijsser en Aanlegger moeten resolveeren tegens den Gevangene ordinario modo te procedeeren, 97. En heeft dien volgen den Gedaegden doen dagvaerden ter vijerschaer van U ED: Agtb: 98. Mits alle de welke etc: 99. Mede die geene etc:
Concludeerende soo contendeerd den HoogGebooren Gestrengen Heer Nomine officii Eijsscher en Aanlegger dat den Gevangene en Gedetineerde over en ter Saecke van allen t’gunt voors: dusdanig aan het leeven of andersints aan lijve sal worden gestraft als U: Ed: Aghtb: na exigentie van Saeken Costumen Wetten en Placcaaten van den Lande sullen vinden te bekooren en in cas van verdere Malitieuse ontkentenis dat den selven ter Scherper examen sal werden gebragt den Gevangene in t geene voors: en in cas als voor in het voorn: Scherpexamen condemneerende cum expensis aut alias Salutariter. Imploreerende etc:
(handtekening onleesbaar) Gijsbert werd veroordeeld tot 25 jaar verbanning! Ik denk dat niet dat deze café ruzie, noch de bedreigingen de hoogte van de strafmaat hebben bepaald, maar vooral het feit dat de schepen een protestantse functionaris was, die het toch al moeilijk had in deze katholieke omgeving. Katholieken mochten immers geen overheidsfuncties vervullen. De katholieken moest geleerd worden respect te hebben voor hun protestantse overheid. |