Voorheen ook wel eens Mierloe genaamd, is een groot en wijd
uitgebreid dorp, wordt onder de oudste plaatzen der Meiery gerekend en
is tevens een der oudste Heerlykheden van Peelland, welke Heerlykheid
reeds in 1292 werd afgepaald. Dit dorp komt in eenen oorspronkelyken
brief, ten jaare 1300; waarby de Hertog de ingezeetenen van Mierlo de
Groene Gemeente weg schonk, dus geschreven vaar : Mirlo. In 1312
heeft Hendrik Heer van Mierlo zyn vrye Heerlijkheid aan
den Hertog van Brabant opgedragen, en van denzelven weder tot Leen
ontvangen; hetgeene echter niet van het hoog Gericht moet verstaan
worden; naardemaal eerst ten jaare 1397 het Hoog Gericht van Mierlo
beneevens het Hoog en Laag Gericht op de gehuchten van Hout en Broek
aan Hendrik Dickbier van Mierlo verpand wierd; en welke verpanding in of
omtrent de jaare 1626, weder werd afgelost. Dan by verbaal accoord voor
den Raad van Brabant in den Haag, den 16 Decenmer 1706, gesloten, is het
Hoog Gericht van Mierlo, benevens het Hoog- en Laag Gericht op de
Gehuchten Hout en Broek aan de Vrouwe van Mierlo (Barbara van
Scherpenseel) afgestaan, en vervolgens door de Algemeene Staaten erfelyk
aan haar opgedragen.
De Heer de ContillionIV D blz 51 schryft van deze plaats aldus:
Mierlo een Heerlyk dorp van Peelland en oud erfgoed der Ridders van
Dickbier, verviel opvolgende in de Huizen van Swaaff, van
Boussies, van Rumbempre, en door overdracht aan Raas (Erasmus) van
Grevenbroeck, van wier men in het midden van het choor der Kerk de
begraafplaatzen en grafschriften ziet"."Oudenhoven geeft ook
dezelve Bezitters dezer Heerlykheid op; welker Heerlijkheid by opvolging
uit het Huis van Grevenbroeck in dat van Nornberg,
Baronnen van Scherpenseele raakten, welke dezelve thans nog bezit. Het
Kasteel dezer Heerlykheid was voorheen een zeer schoon en zeer gevaarte,
van een ouder datum, maar is over enige jaaren gedeeltelyk ingestort en
zal welhaast niet meer als eenen puinhoop kunnen worden aangemerkt. Het
lag in breede grachten omtrent een vierden uur ten Zuiden van het dorp.
Deszelfs Bezitters de Heeren van Mierlo die voorheen hunnen residentie
op dit slot hadden, plagten te Mierlo zeer veele gerechtigheden uit te
oeffenen, en onder dezelven ook het recht van Korweiden, in welke
bezit zy by vonnis van den Raad van Brabant, den 23 Maart 1708 werden
gehandhaafd.

Mierlo, welke in de volkstelling van 1815 een bevolking van 1688
Katholyken en negen gereformeerden; dus te saamen 1697 zielen, hadt,
ligt een uur Zuidwest van Helmond, naar welken stadjen men in 1801, een
lynregten weg door de heide heeft aangelegt, en welke heide men zedert
vlytig begint te bebouwen.
De huizen liggen er zeer verspreid; men heeft er een klein en
onaanzienlyk Raadhuis, en over eenige jaaren een klein Kerkje voor de
protestanten gestigt, vereenigt met een Predicants woning. De Kerk welke
een schoon en net gebouw is, en van eenen schoonen en spitzen tooren
voorzien, ligt omtrent een vierde van een uur Zuidwaarts van het dorp
afgezondert in de akkers. Zedert dat deze kerk tot het gebruik der
Katholyken is wedergekeert heeft men er een huis en eindelyk een
pastoory by gebouwd. De Kerk, toegewyd aan de H. Maagf en Martelares
Luciu, is zedert den 8. September 1818 in het bezit en gebruik der
katholyken.
Jaarlyks worden te Mierlo twee jaarmarkten gehouden; op welke laaste,
die Dingsdag voor St.Cathariena dag invalt, gewoonlyk de prys van het
varkens vleesch, over het grootste gedeelte van Peelland, werd geregeld.
Mierlo kan zig beroemen voortgebragt te hebben twee uitmuntende
mannen naamenlyk Wilm van Enckevoirt; welke eerst, in 1519 deken
van het Kapittel te s’Bosch wierd, vervolgens Proost tot St.Salvator
te Utrecht, hy wierd van Paus Adriaan VI met het ampt van Datarius en
met de Bisschoppelyke Stoel van Dessusen is Spanjen begiftigt, en in
1523 door denzelfde Paus tot Cardinaal benoemd, en eindelyk door
Cleemens VIII tot Bisschop van van Utrecht aangesteld. Hy overleedt te
Rome, den 19 July 1534.
De andere was Godefridus van Mierlo van de orde der Predikheeren in
het Convent te ’s Bosch, en Provinciaal dier Orde in Nederland, wierd
in 1570 Bisschop van Haarlem, en stierf te Deventer, den 28 July 1587.
Het Dorp Mierlo vermoedelijk het stamhuis van een oud Meierysche
adelijk geslacht van dezen naam, ligt zeer uitgestrekt, en bestaat uit
verscheiden Gehuchten en Buurtschappen, onder anderen : het Dorp, de
gehuchten Hout en Broek, de Buurten Hozerschoop, het slot, Brandevoort,
Luchen, Elmer, Kekelaar, en Beerenbroek; van welke laaste het oud
Meierysche geslacht van Beerenbroek denkelyk zyn naam voerde.