de naam 'Mierlo'.
Chronologisch gerangschikt ontstaat het volgende overzicht.
1256 Mierle (3) (Iatijnse tekst)
1263 Miria (3) (latijnse tekst)
1292 Mierle (3)
1300 Mirle (3) (latijnse tekst)
1312 Mierle (4)
1335 Myerle (7)
1358 Mierle (4)
1374 Mierle (6)
1400 Mierle (5)
1411 Myerle (6)
1437 Meyerle (5)
1523 Mierloe (5)
1536 Merloe (6)
1536 Mierle (6)
1570 Mierle (4)
1663 Mierloo (4)
1703 Mierloo (4)
Een duidelijke ontwikkeling is hierin niet te onderkennen, hoewel voor 1600
de naam ‘Mierle’ duidelijk de overhand heeft. Na die datum lijkt de huidige
schrjfwijze de overhand te krijgen. Duidelijk is wel dat vanaf den beginne de
naam Mierlo bestaat uit twee bestanddelen namelijk 'Mier' en ‘Lo’
Alvorens verder de naam te analyseren dient te worden opgemerkt dat de
mogelijkheid bestaat dat de plaatsnaam Mierlo vernoemd is naar het beekje 'de
Mierle' wat in haar nabijheid stroom(t)(de) (8).
Verklaringen tot nu
toe.
De twee genoemde bestanddelen 'Mier' en 'Lo' dienen in eerste instantie
afzonderlijk bekeken te worden, Het eerste bestanddeel van de naam 'Mier' is
nooit afdoende verklaard. Theoretisch zijn er de volgende mogelijkheden;
het bekende insect, een in Noord-Drabant voorkomend dialektwoord voor de plant
'muur' (stellaria media) en moeras (verwant met het Engelse 'miere' (9). Het
bestanddeel 'Lo' is meerdere malen in de literatuur behandeld. Vrij algemeen
heeft de mening postgevat dat 'Lo' kap betekenen 'grasrijke en met laag
houtgewas begroeide plek in of bij een woud', 'open plek in het bos', 'bos' en
'waterloop' (10).
Van de totale naam zijn mij de volgende verklaringen bekend; 'bos bij een
moeras' (11), 'dorp aan de waterplas' (12), 'bossen in een omgeving met vennen'
(13), 'moerasbos' (9). Op een moerassige en waterrjke omgeving duiden overigens
ook andere in Mierlo bestaande toponymen als 'broek' (synoniem voor moeras)
(Kranenbroek, Berenbroek), 'donk' (zandige opduikîng uit een moeras) (13) (Bennedonk), 'voort' (ondiepe doorwaadbare plaats waar men door een water kan
gaan) (Medevoort, Brandevoort) en 'goor (sljk, moeras) (14) (Loogoor, Goor,
Grootgoor).
Overigens is de dorpskern van Mierlo gelegen op een hoger zandig gebied.
Uit een vergelijking tussen de samenstellende delen en het totaal komt mij de
verklaring voor de plaatsnaam Mierlo van 'bos bij een moeras' het meest logisch
voor. Indien de plaatsnaam Mierlo is fageleid van de naam van de rivier dan is
het aannemelijk dat gedacht moet worden aan 'waterloop door het moeras'.
Datering van de naam
(15).
Namen eindigend op ondermeer '-lo' worden algemeen als vroeg-middeleeuws
(voor het jaar 1000 na clir.) aangeduid. Dit omdat alle beschikbare gegevens
erop wijzen dat in die periode er sprake is van relatief dicht beboste streken.
In de periode hierna is als gevolg van ontbossingen en ontginningen het open
heidelandschap ontstaan. Voor individuele nederzettingen met namen eindigend op
'-lo', betekent dit echter niet dat zij ook in deze periode ontstaan
zijn. Nederzettingsnamen kunnen immers in oorsprong ook aanwezig zijn geweest
als veld-, bos-, of beeknaamn, waarin of waaraan later de nederzetting gesticht
is welke dan vervolgens genoemd werd naar de naam waannee eerder de omgeving of
beek werd aangeduid. Op deze wijze kan de stichtingsdatum van een dergelijke
nederzetting derhalve van een later tijdstip zijn dan het ontstaan van de naam.
Volgens H.van Bussel (16) zou Mierlo oorspronkelijk 'Rode' geheten hebben en
pas omstreeks 1300 haar huidige naam verkregen hebben. Bronnen voor deze
bewering worden door hem echter niet gegeven. Evenmin de oorzaak van de
naanswisseling. Feit is wel dat de bronnen, voorzover mij bekend, pas in 1256
melding van Mierlo maken. Het is echter te verwachten dat het bewaard gebleven
en gepubliceerde bronnenmateriaal verre van compleet te noemen is.
Gezien het bovenstaande is derhalve voor een '-lo'-naam een indicatieve
datering voor het jaar 1000 aannemelijk.
Het artikel heeft vervolgens nog een paragraaf :
Verspreiding van de familie naam. Deze gegevens heb
ik echter uitgebreid. De originele tekst wordt in het zwart weergegeven.
Noten:
1) a) Nederlands repertorium van familienamen — H. Buitenhuis, Deel Xl —Noordbrabant, Assen/Amsterdam
1977, blz. 25
b) Nornina Geografica Neerlandica (NON) deel 1, 1885, blz. 62.
2) Aardrijkskundig woordenboek — Ii vd. AA, 1846 bij 'Mierlo' resp. 'Uden'.
Ook in van Goors aardrijkskundig woordenboek, Den Haag 1968, blz, 270, wordt 'Mierlo' als onderdeel van Uden genoemd doch in
'Vuga' s alfabetische plaatsnamengids van Nederland (Den Haag, 1984) wordt het gehucht 'Mierlo' als zodanig niet meer bij Uden vermeld.
3) Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312 — H, Camps 'S Gravenhage, 1979.
4) Nomina Geografica Neerlandica deel 1, 1885 blz. 62.
5) Nomina Geografica Neerlandica deel 2, blz. 27.
6) Nomina Geografica Neerlandica deel 9, 1934, blz. 107,
7) Mijerlese Koerier, jaargang 2 nr. 11988 blz. 3.
8) Vd. AA 1846 blz. 954, 955.
9) Schriftelijke mededeling W. van Gompel, 1987.
10) Zie onder meer
- NGN deel 1, 1885, blz. 155 cv.
- Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandse plaatanamen.
-3. de Vries, 1962.
- Nederlands Etymologisch woordenboek, Leiden 1971, blz. 406.
11) Het plaatsnamenboek — Ovan Bakel en K. Samplonius, Houten, 1989.
12) Encyclopedie van Noord-Brabant deel 3.
13) Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandse plaatsnamen, J.de Vries 1962.
14) Noord-Brabantse plaatsnamen Deel 1, Valkenswaard H. Melotte en J. Molemans,
Valkenswaard, 1979.
15) Gegevens ontleend aan' de archeologie van de periferie'. F. Theuws, proefschrift, 1968.
16) Sprokkelingen uit Mierloos verleden. H. van Bussel, zpl, zj, blz. 38.
17) Zie noot la), blz. 30.