Oedenrode

Home ] Up ]
In het boek van W. Heesters en Dr. C.S.M. Rademakers "Geschiedenis van Sint-Oedenrode" Tilburg 1972 Deel XXIV van Bijdragen tot de Geschiedenis van het Zuiden van Nederland, staat een aardige anekdote die waard is hier vermeld te worden. Bovendien verklaart dit heel misschien waar de oudere zeer vooraanstaande van Mierlo's uit 't Utrechtse vandaan komen.

In dit boek tegenover pag 62 vinden we ook een foto uit een manuscript van Brock met daarop een overzicht van families met als wapen 3 molenijzers, waaronder Van Mierloe

Van de zes kinderen van Emont van Rode traden er drie in de geestelijke stand, terwijl zijn zoons Hendrik, Arnout en Gerlach de stam-vaders werden van families, die op verschillende plaatsen uitgebreide bezittingen hadden en die allen drie molenijzers in hun wapen voerden. Diverse families in de Meierij en in het noorden van België hadden in later tijd een familiewapen met drie molenijzers. Ook het latere kwartier van Peelland had een soortgelijk wapen: drie gouden molenijzers op een zilveren veld, het geheel gedekt met een gravenkroon.

Hendrik, zoon van Emont de Roovere van Rode, werd heer van Mierlo, Bakel, Rixtel, etcetera. Tot diep in de 15e eeuw hebben le­den van deze familietak zich gehandhaafd als heren van Mierlo, die ook bezittingen hadden in Sint-Oedenrode. Een oud verhaal, opgetekend rond 1450, vermeldt enkele boeiende bijzonderheden over deze Hendrik van Rode. Hendrik was voogd van twee dochters van zijn oudste broer. De twee dames in kwestie waren vroom en zij schonken uit haar vaderlijk erfdeel goederen aan de kapittels van Sint-Oedenrode, Hilvarenbeek en Oirschot. Oom Hendrik was het daar absoluut niet mee eens, want ,,t'selfde maeckte die Heerlyck­heyt van Royen seer kleyn ende arm". Hij trok dan ook met verwanten en vrienden naar de Meierij en hield daar gruwelijk huis. Twee kanunniken van Sint-Oedenrode werden gedood en daarom moesten de daders van deze aanslag de vlucht nemen. Zij werden voor hun leven uit Brabant verbannen. Enigen van hen trokken naar het land van Brugge, anderen, onder wie Hendrik van Rode, gingen naar het land van Utrecht. Door toedoen van de Hollandse graaf Floris V stond de bisschop van Utrecht, Jan II van Sierck, toe, dat Hendrik in het huwelijk trad met de erfdochter van Montfoort en beleend werd met het kasteel van Montfoort. Zo werd Hendrik de Roovere van Rode de stamvader van het geslacht der burggraven van Montfoort, die drie molenijzers in hun familiewapen voerden.