Van de zes kinderen van Emont van Rode traden er drie in de geestelijke
stand, terwijl zijn zoons Hendrik, Arnout en Gerlach de stam-vaders
werden van families, die op verschillende plaatsen uitgebreide
bezittingen hadden en die allen drie molenijzers in hun wapen voerden.
Diverse families in de Meierij en in het noorden van België hadden in
later tijd een familiewapen met drie molenijzers. Ook het latere
kwartier van Peelland had een soortgelijk wapen: drie gouden molenijzers
op een zilveren veld, het geheel gedekt met een gravenkroon.
Hendrik, zoon van Emont de Roovere van Rode, werd heer van Mierlo, Bakel,
Rixtel, etcetera. Tot diep in de 15e eeuw hebben leden van deze
familietak zich gehandhaafd als heren van Mierlo, die ook bezittingen
hadden in Sint-Oedenrode. Een oud verhaal, opgetekend rond 1450,
vermeldt enkele boeiende bijzonderheden over deze Hendrik van Rode.
Hendrik was voogd van twee dochters van zijn oudste broer. De twee dames
in kwestie waren vroom en zij schonken uit haar vaderlijk erfdeel
goederen aan de kapittels van
Sint-Oedenrode,
Hilvarenbeek en Oirschot. Oom Hendrik was het daar absoluut niet mee
eens, want ,,t'selfde maeckte die Heerlyckheyt van Royen seer kleyn
ende arm". Hij trok dan ook met verwanten en vrienden naar de
Meierij en hield daar gruwelijk huis. Twee kanunniken van Sint-Oedenrode
werden gedood en daarom moesten de daders van deze aanslag de vlucht
nemen. Zij werden voor hun leven uit Brabant verbannen. Enigen van hen
trokken naar het land van Brugge, anderen, onder wie Hendrik van Rode,
gingen naar het land van Utrecht. Door toedoen van de Hollandse graaf
Floris V stond de bisschop van Utrecht, Jan II van Sierck,
toe, dat Hendrik in het huwelijk trad met de erfdochter van Montfoort
en beleend werd met het kasteel van Montfoort. Zo werd Hendrik de
Roovere van Rode de stamvader van het geslacht der burggraven van
Montfoort, die drie molenijzers in hun familiewapen voerden.

