Ontstaan van de Familienaam

Home ] Up ]

Naamgeving

Bij geografische achternamen staat wel vast dat de alleroudste naamdragers geen familie van elkaar hoeven te zijn. Het bezit hebben in Mierlo, of het komen uit Mierlo is wat ze gemeenschappelijk kunnen hebben. 

Het meest logische is dat bijvoorbeeld Dirk Huybrecht Dirks, die molenaar was en in Liempde gaat wonen, Dirk van Mierlo werd genoemd omdat hij uit Mierlo kwam. Maar evengoed had men hem Dirk die Molder kunnen noemen.

Maar voor de meer romantische van Mierlo's zijn er andere verklaringen:

Rietstap schrijft in de Heraldieke Bibliotheek 1875 op blz 250:

Het oud meijerijsch-adelijk geslacht Van Mierlo, waarvan we reeds onder de Taxandrischen adel gesproken hebben is onderscheiden van eene andere edele familie van denzelfden naam Van Mierlo en oorspronkelijk van het Meijerijsche dorp Mierlo welke edelen veel voorkomen in de adelijke kwartieren van Van Houwaert en mede in het wapenboek van de Illustere Broederschap te 's-Hertogenbosch, waarin het leden gehad heeft.

In de Heraldieke Bibliotheek 1876 lezen we op blz. 227:

De oude adelijke geslachten die de drie molenijzers voeren, zijn, door de jongere zonen en de afstammelingen van de graven van Rode gesticht en naar de naam van Dorpen, Gehuchten, Buurten of landgoederen onder 't oude Taxandria gelegen, genoemd.

Er volgt dan een opsomming van namen op blz. 229 waarbij aan Van Mierlo drie rode molenijzers in zilver worden toegeschreven.

Met die oude geslachten uit de Meierij loopt het volgens dit boek ook niet zo goed af, want op blz. 217 wordt gesteld, dat na de vrede van Munster, of meer nog door de politieke reformatie in 1660 deze voorname geslachten aan de adel zijn onttrokken en dit betekent dat ze in Brabant tot de boerenstand zijn vervallen, of tot armoede, of bijna geheel zijn verdwenen.

Dat dit laatste zeker niet het geval is blijkt uit de info onder het kopje spreiding!

En dat het eerste niet altijd opgaat blijkt uit uit een tweetal publicaties uit het Nederlands Patriciaat 1959 en 1985. 

Dat er overigens nog andere benaderingen zijn blijkt uit de aantekeningen van Petrus Roverius M. van Mierlo, die ik overigens onder Heraldiek behandel.

Overtuigd van de hoge afkomst van de  sommige van Mierlo stammen was ongetwijfeld Harrie van Mierlo uit Haarlem. In zijn boekje "Genealogisch Onderzoek naar de familie van Mierlo in Aalst-Waalre" 1985 schrijft hij op pagina 3:

We ontkomen hierbij niet aan een stukje geschiedenis. In de 12e eeuw was de Heerlijkheid Mierlo een Allodium dit is een "vrije" heerlijkheid waarbij de eigenaar Heer en meester was over zijn grondgebied en alles wat daarop was gebouwd en bebouwd. De bewoners hadden toen geen eigendomsrecht van grond en opstallen. 

Het huidige dorp Mierlo werd in de 12e eeuw RODE genoemd hetgeen betekent "ontgonnen land". De Heerlijkheid was toen in handen van een machtig groot—grondbezitter Emont de Rode. Zijn zoon Hendrik de Rode erfde het gehele bezit. Deze zoon wordt ook wel Hendrik de MIRLE genoemd. De naam MIRLE of ook wel MIERLE betekent bosch bij een meer. Volgens geschiedschrijver van Bussel te Mierlo ,was er in vroeger tijden een stroompje: gčnaamd de Mierele gelegen op de grens tussen Mierlo en Helmond. Omstreeks 1280 huwde een dochter van Hendrik de Rode ofwel Hendrik de Mirle -met Hendrik Dickbier , zoon van een vooraanstaande familie te 's Hertogenbosch. Door dit huwelijk kwam de Heerlijkheid Mierlo in handen van de familie Dickbier. Agnes de Rode, echtgenote van Hendrik' Dickbier ,schonk haar man 7 kinderen. Hiervan werden later twee priester en gingen drie dochters in een klooster Blijkbaar had de familie Dickbier verwantschap met de fami­lie de Roever , waarvan de stamvader in 1185 Ridder en Hoogsehout van 's Hertogenbosch was ,want de jongste van de evengenoemde 7 kinderen noemde zich later Hendrik de Roever. De meerdere familienamen die men door huwelijk met andere adellijke families verkreeg, maakt ons verhaal wel ingewikkeld maar is noodzakelijk om inzicht te krijgen op welke wijze de familienamen VAN MIERLO ontstonden,hetgeen hierna duidelijker zal worden. 

In het eind van de 13e eeuw beijverde de Hertog van Brabant zich om de verschillende "vrije" Heerlijkheden in Brabant onder zijn gezag te krijgen . Hij wilde daardoor bewerk­stelligen dat vele ontevreden boeren grond in eigendom konden verkrijgen. In 1312 droeg de Heer van de Vrije Heerlijkheid Mierlo, Hendrik Dickbier , zijn bezit over aan de Hertog van Brabant.

Hendrick Dickbier werd nu leenheer van zijn Heerlijkheid.

Blijkbaar behield Hendrik Dickbier bepaalde eigendomsrechten , want drie jaar later in 1315 verkocht hij het "tie-derecht", het Patronaat van de R.K. Kerk, de kapellen en altaren aan de Abdij van Tongerlo (België) van de Orde der Norbertijnen. De overeenkomst werd in de vorm van schuldbrieven opgesteld en door de kinderen van Hendrik bekrachtigd. De Secretaris van de Abdij vermeldde in die schuldbrieven de namen van de kinderen niet hun verschillende adellijke achternamen ,maar volstond gemakshalve met de achternaam VAN MIERLO voor elk dezer kinderen. De originele schuldbrieven zijn bewaard in de genoemde Abdij.

De meeste van deze familie Dickbier (Roever) hebben sindsdien VAN MIERLO als achternaam aangehouden.

De familie Dickbier bewoonde in die tijd het kasteel , dat omstreeks 1210 door deze familie in de omgeving van het dorp Mierlo was gebouwd.Na ruim 3 eeuwen raakte het kasteel in verval en omstreeks 1800 stortte het in.

Wie meer over de heren van Mierlo wil lezen verwijs ik naar: 
Hans Vogel: 
MIERLO, ZIJN OUDSTE HEREN EN HUN FAMILIE (c.1100-1335)
een genealogische en historische reconstructie
Heemkunde Kring Myerle, Mierlo 1999

Een interessante onderstreping van het verhaal van Harrie van Mierlo vond ik in: "Geschiedenis van Sint-Oedenrode" door W. Heesters en Dr. C.S.M. Rademaker, Tilburg 1972 pag. 54. Klik Oedenrode

Harrie van Mierlo onderkende ook nog de andere ontstaanswijze, zoals blijkt uit zijn hoofdstukje "De spreiding van de familienaam van Mierlo"

In de loop der jaren vanaf het begin van de 12e eeuw, zijn er tal van families bezitter of medebezitter geweest van de Heerlijkheid Mierlo. Door de verspreiding van deze families naar elders o.a. Eindhoven , 's-Hertogenbosch , Breda, Limburg of andere Heerlijkheden zoals Lierop , Someren , Asten e.a. zijn diverse familietakken van de van Mierlo's ontstaan , die onderling geen bloedverwantschap hadden. Zo treft men in de Schepenboeken van het oeroude Someren , bijgenaamd "het dorp der schone kastelen" in de 13e eeuw de namen van van Mierlo's.Behalve deze groep van adellijke families, waren ook vele mensen die uit Mierlo naar elders vertrokken om daar een beter bestaan te vinden. Dat waren vooral de kleine boeren die van de schrale ontgonnen zandgrond niet konden leven Daar zij geen enkel eigendomsrecht hadden, trokken zij naar de steden Eindhoven en Helmond om daar in de laken­weverijen hun brood te verdienen. Ook handwerklieden vertrokken en zochten een bestaan langs de hoofdwegen, waarover het transport met karren plaats vond , soms getrokken door 8 paarden. Voor veel handelaren was de weg vanuit Holland via Den Bosch , Eindhoven naar Luik en Brussel belangrijk. Aan deze route lagen ook de dorpen Aalst en Valkenswaard ,alwaar de herbergen annex bierbrouwerij , paardenkopers , karrenmakers , hoefsmeden enz. goede zaken deden.
Het is dan ook begrijpelijk dat lieden met enige ondernemingsgeest naar deze dorpen trokken en daar een beter bestaan trachten te vinden. Deze allochtonen werden door de bewoners meestal genoemd met de plaats van herkomst als achternaam , waardoor namen ontstonden zoals van Mierlo van Lierop , van Someren enz. Dergelijke naamsaanduidingen zijn ook terug te vinden in de vroegste kerkelijke doop- en trouwboeken. Achter de voornaam of voornamen werd vermeld : "ex Mierlo" en ook "de Mierlo".