Deze lijst werd samengesteld ter gelegenheid van de Literatuur-promotion van de Bijenkorf in 1984.
Hieraan werkten mee: Maarten Biesheuvel, Cees Buddingh', Kees Fens, Maarten 't Hart, Jaap Goedegebuure,
Hella S. Haasse, Doesjka Meijsing, Carel Peeters, Ethel Portnoy, Martin Ros en Nico Scheepmaker.
Voor boeken op het Internet: Books On-Line: Authors
Nog enkele gerenommeerde schrijvers: Great Writers and Poets
Mannen kijken naar vrouwen om ze te zien; vrouwen kijken naar mannen om gezien te worden - Normand
Loop nooit een tram of een vrouw achterna: over vijf minuten komt een andere - Simplicissimus
Het huwelijk is als een belegerde vesting: die er buiten zijn willen er in, en die er in zijn willen er uit - Arabisch spreekwoord
De echtscheiding is zowat van dezelfde datum als het huwelijk;
ik geloof dat het huwelijk slechts een week of wat ouder is - Voltaire
Raadgeven is als kussen: het kost niets en het is prettig - H.W. Shaw
De schoonheid is misschien een bepaalde soort lelijkheid, die ons goed staat - Jean Dolent
Ter wille van de schoonheid trouwen is als een landgoed kopen om de rozen. Ja, het laatste ware nog verstandiger, want de rozentijd komt jaarlijks terug - Kotzebue
De onschuld van de man heet eer; de eer van de vrouw heet onschuld - Ebner-Eschenbach
De ezel die veel boeken draagt is daarom niet geleerd - Deens spreekwoord
Het is dikwijls moeilijk een vraag even dom te beantwoorden als zij gesteld is - Otto Weiss
Het is gemakkelijker een leeg hoofd te dragen dan een vol - Otto Weiss
Een moedig man sterft slechts eenmaal, een lafaard sterft zijn hele leven lang - Nelson
Wie alles voor gemakkelijk houdt zal vele moeilijkheden hebben - Lao-Tze
De meesten gebruiken de beste helft van hun leven om de tweede ongelukkig te maken - La Bruyère
Het is met het geluk als met zijn bril: men zoekt hem en men heeft hem op zijn neus - Fliegende Blätter
Het is altijd goed waarheid te spreken. Men behoeft dan niet te onthouden wat men zegt - Zakenwereld-epigr.
Het is beter te zwijgen en een dwaas te worden genoemd, dan te spreken en alle twijfel daaromtrent weg te nemen - Zakenwereld-epigr.
Het komt er niet op aan hoe oud men is, maar hoe men oud is - Fliegende Blätter
Het voordeel van sterven is, dat men wordt geprezen door de overlevenden, vaak zonder enige andere verdienste dan dat men er niet meer is - La Bruyère
De luiheid is een graf, waarin men zich levend begraaft- De Bourdonné
Een oordeel kan weerlegd worden, een vooroordeel nooit - Ebner-Eschenbach
Hoe moeilijker een politiek vraagstuk is, des te meer mensen die zich in staat achten het op te lossen - G. le Bon
Een partij is de dwaasheid van velen ten behoeve van het voordeel van weinigen - Pope
Een volk van slaven verdient een regering van tirannen - B. Franklin
De ziekten die de groei der mensheid aanduiden, noemt men revoluties - Hebbel
De trots van de proletariër is de onbeschoftheid - Raoul de la Grasserie
Het ideaal is niets anders dan de waarheid op een afstand - Lamartine
Overdrijving is de leugen van eerlijke mensen - Joseph de Maistre
Wee degenen, die nooit ongelijk hebben: ze hebben nooit gelijk - Pr de Ligne
Wij zijn er niet tevreden mee, gelijk te hebben, als we niet kunnen bewijzen dat anderen ongelijk hebben - Hazlitt
Men brengt zijn kwaad humeur in een systeem en noemt het pessimisme - Max Nordau
Een pessimist is een optimist die zijn theorieëen in praktijk heeft willen brengen - Anonymus
De maniak: een bevoorrecht sterveling, die slechts één enkele dwaasheid heeft - Decourcelle
Het is minder de rijkdom, die de mensen bederft, dan het nastreven van rijkdom - De Bonald
Velen geven liever trompetterend een gulden dan in stilte een cent - Laurillard
Een gierigaard en een vet zwijn worden pas bij hun dood nuttig - Logau
Toeval is het pseudoniem van God - Mme de Girardin
Wat is de mens toch dwaas! Geen kaasmijt kan hij maken, en hij maakt goden en heiligen bij dozijnen - Montaigne
De ongelukkigste mens is hij die zich daarvoor houdt - Henry Home
Men kan niemand iets leren; men kan hem alleen helpen het binnen zichzelf te vinden - Galilei
Wie altijd ontevreden is over de anderen, lijdt gewoonlijk aan te grote tevredenheid over zichzelf - Sirius
Menigeen kan geen denker worden omdat hij een te goed geheugen heeft - Nietzsche
Bij verstandige mensen gelooft men niet aan hun dwaasheden: wat een inbreuk op hun mensenrechten! - Nietzsche
Onder beschaafde mensen is een nuance een afgrond - Paul Courty
Slechts de grote schrijvers durven eenvoudig schrijven - Etienne Rey
De kunst van de schrijver bestaat vooral hierin, ons te doen vergeten dat hij woorden gebruikt - H. Bergson
A dirty mind (oh, sorry, a thing of beauty) is a joy forever - Keats
Kennis is macht - Bacon
Niets is zeker dan dat niets zeker is - Plinius
Er is niets nieuws onder de zon - Prediker
Zie ook:
Na een in armoe doorgebrachte jeugd die hij met satirische overdrijving in de roman Mort a credit (1936) geschilderd heeft, begon Celine op zijn 12e jaar in een fabriek te werken. In 1912 meldde hij zich vrijwillig bij de Franse cavallerie. Na de eerste Wereldoorlog studeerde hij medicijnen en werd vervolgens lid van een medische commissie van de Volkenbond. Reizen naar Afrika en de V.S. verschaften hem materiaal voor de roman Voyage au bout de la nuit (1932). Deze roman, waarin Celine elementen van de volkstaal ('argot') gebruikt, is episodisch; een zekere eenheid krijgt hij slechts door de persoon van de held Ferdinand Bardamu, die in de eerste Wereldoorlog deserteur en zenuwpatient wordt, in Afrika de uitwassen van het kolonialisme leert kennen en in Amerika in de Ford-fabrieken te Detrot een industriele hel aantreft. Met het verschijnen van dit boek werd Celine snel beroemd. Ook de 'Pravda' juichte het werk toe. Na een bezoek schreef Celine echter een bijtende aanval op de Sovjet-Unie (Mea Culpa, 1936). Celine's politieke houding werd steeds meer anti-semitisch, Duitsgezind en vijandig jegens Engeland en de V.S. Na de nederlaag van Frankrijk werd hij door de Duitse bezetters geduld; het pamflet Les beaux draps waarin hij zijn politieke aanvallen tegen de Derde Republiek voortzette, verscheen 1941 te Parijs. In 1944 vluchtte hij en vond een asiel in Denemarken. Later mocht hij naar Frankrijk terugkeren; hij leefde als armendokter. In D'un chateau a l'autre(1957) schildert hij grotesk en luguber de verbanning van de regering Pétain aan het eind van de tweede Wereldoorlog naar Sigmaringen.
fragment uit Reis naar het einde van de nacht :
Als je in Amerika voor weinig geld wilt eten, kun je een warm broodje met een worstje kopen, 't is handig, je kunt ze krijgen op de hoek van elk straatje, helemaal niet duur. Ik vond 't echt niet erg om in de arme buurt te eten, maar om nooit meer die mooie meisjes bestemd voor de rijke kerels te zien, dat zat me dwars. Want dan heeft 't ook geen zin meer om te eten.
In de Laugh Calvin kon ik op die dikke tapijten tenminste nog doen alsof ik iemand zocht tussen al die te mooie vrouwen bij de ingang, en langzamerhand zou ik dan misschien wat meer durf krijgen in die troebele sfeer.
Als ik er over nadacht, moest ik toegeven dat die jongens van de Infanta Combitta eigelijk wel gelijk hadden gehad, na al m'n ervaringen zag ik wel in dat ik er maar vreemde ideeen op na hield voor een arme mieter.
Met recht hadden m'n kameraden van de galei me uitgekafferd. Maar intussen was ik nog steeds moedeloos. Ik ging wel telkens weer nieuwe porties film halen, zo hier en daar wat, maar dat was net voldoende om weer
de nodige fut te krijgen voor een paar wandelingen. Meer ook niet. In Afrika had ik echt wel een soort eenzaamheid meegemaakt die niet in je kouwe kleren ging zitten, maar het verlaten gevoel dat je in deze Amerikaanse
mierenhoop kreeg benauwde je nog meer.
Ik was er altijd bang voor geweest, dat ik van binnen praktisch niet één werkelijke reden had om te bestaan. Na alles wat er gebeurd was stond het nu onomstotelijk voor me vast, dat ik helemaal niets
te betekenen had als individu. In deze omgeving, die zo totaal verschilde van de mijne, waarin ik m'n eigen nietszeggende leventje leidde, was ik om zo te zeggen meteen in het niet opgelost. 't Was gewoon alsof ik al haast niet meer
bestond. Ik ontdekte, zodra er om me heen geen sprake meer was van vertrouwde dingen. dat ik onherroepelijk in een dodelijke verveling wegzonk, een weeig, afgrijselijk soort geestelijke catastrofe. Om kotsmisselijk van
te worden.